M'n waterige ogen het levenloze beeld weerspiegelend
M'n blik bekoord door het duister
En m'n geest getrokken door de rust
Als een laken van zacht zwart
Glijdt de nacht over ons
De weelderige wereld sussend tot slaap
Geen gesuis noch gepiep
Pure stilte sluipend over de straten
Een geluidloze gang zonder gedachten
Zonder geweten, zonder verleden
Het volledige gebeuren van niets
De dreigende dood van buiten druipend door het raam
Getroffen door m'n glanzende glimlach
Zoekend naar m'n zwijgende lippen
Grijpend naar m'n tranen van glijdend geluk
Gefascineerd
Maar al snel verdrijft de schijn hem weer
Niets wetend de rust verpestend
En de gehate dag weer verspreidend
De eeuwige strijd onzichtbaar vertrouwend
En het prachtige tafereel gedachteloos verbouwend
De draaiende machine gevoelloos startend
En mijn gelukzaligheid genadeloos versmachtend