ONZE BLINDE OGEN
HET GENOT VAN DE BLINDEN
Let niet op het bloed
Al lang heeft het gevloeid
Let maar niet op de tranen
Al te veel zijn er onopgemerkt gevallen
Steek na steek, slag na slag
Verloren en verdwaald
Met m'n huis volledig in de war
Geroep door elke gang
Permanent vast, ongeroerd en beroerd
Als het bloed dat aan m'n handen plakt en als de tranen gebrand op m'n wangen
Het is niemand die kijkt noch een vogel die ernaar kraait
Woorden weerkaatsend tegen de muren maar vast sta ik
Schreeuwen noch janken helpt want onzichtbaar lijk ik
Door me zouden ze kunnen lopen
Als stof ben ik en als stof word ik behandeld
Mens onwaardig tril ik langzaamaan m'n lichaam verdwijnend
Snik na snik, rilling na rilling
Geen kracht noch macht om het te bevechten
De genie de mond sluitend en dichtnaaiend met slagen als naald en geroep als draad
Wat een wereld!
Maar het zijn juist wij die ze gek maken
Het zijn alleen wij die ze vervormen, kneden en breken
Als goden zwevend boven onze beheerste wereld hem steeds vernederend
Maar de sigaret is nooit de schuldige
Hem opgebruikend drukken we hem in het zand
Zonder omkijken noch er nog een gedachte aan te besteden verlaten we hem
Verpletterd door onze eigen voet en hem verwijtend dat hij te snel op was
Op naar de volgende
Let er maar niet op
Want het zijn maar mijn gevoelens
Werelds, alleen, onbelangrijk maar tevens onbereikbaar en onbegrijpelijk
