MIJN HUIS
DE OVERMACHT VAN DE DOOD
De wind weerklinkt door de doodse gangen
Met het geluid van stilte zoekend naar onze oren
Stilte loopt
Geritsel van zijn mantel glijdt over de wind als een zeis wachtend op zijn volgende doelwit
Doelloos
Niets buiten angst noch vrijheid bezit het
Vast aan zichzelf, vrijheid ontleend
Nee
Geen plicht is het en zeker geen heilige roep van God
Onzichtbaar zijn de wallen onder de doelloze, witte ogen
Blind als een mol
Zicht ontnomen voor wat er echt gebeurt
We lopen verloren
Trachtend om de zin van het leven te vinden
Steeds dezelfde vretende vraag aan ons geweten
Wat oh wat laten we achter
En wanneer stilte passeert
Is het pas dan dat we beseffen wat we echt hebben
Wat als het niets blijkt
Oh het nietige verlangen naar nalatenschap breekt ons
Het zijn alleen wij van allen die dromen over de toekomst
Zonder verlangen noch wetenschap over realiteit loopt men rond
En oh wat lopen we verloren
Zijn mantel ritselt rond me
Hij dwaalt rond me als een gier rond z'n prooi
Geen druppel zweet noch traan valt op de grond
Pijnloos is het acceptatie dat we zoeken
Ga wel zacht in die goede nacht
Geen woede noch rouw moet je voelen
Want het is vrijheid dat verleent aan hen
En alleen aan hen
Ga zeker zacht in die goede slaap
Het donker omarmend en geen gevoel verlangend en al zeker geen doelen verhangend
Het is de slaap die roept en niet de stilte die smeekt
Kom
