HET DUISTER

Met de zon achter de wolken zijn het mijn verlangens die openbaart worden

Als een zilveren sluier stopt mijn hoofd met het verhullen van m'n gedachten

Al het duister bevrijdend, de zon verblekend, het donker verblindend

En toch was het pas met de verzakte zon dat ik het duister herkende

Het zijn mijn gedachten die als mist rond het bos hangen

Het zijn zij die als de dauw over alles rollen

Alles beïnvloedend

Zouden zij me als de lucht kunnen verstikken

Het zijn onze gedachten die zich vrijgeven als korrels goud zeldzaam

De anderen vertellen me om ze te bewaren, om ze te koesteren

Maar het is ons persoonlijk ongeloof dat onze gedachten en verlangens vormt

Nee

We zouden ze moeten verbeteren

Oh we horen te roepen

Als een schipbreukeling roepend om hulp in de zwarte leegte van het blauwe

Steeds luider en luider

Oh en we kunnen het proberen

Maar met de wind verdwijnen de woorden keer op keer

Als zandkastelen op het woelige strand in de zee van perfectie

Verloren in het eeuwige opschrobbende gat van nietigheid

Het zijn mijn arme benen die trachten het zware te dragen

En ik vertel het u

Oud en versleten zijn ze

Verpulverd huid valt op de grond, bloot vlees tonend

Maar steeds weer lijkt de wereld de stank te negeren

Maar ook zij dragen hun lasten

En ook zij zoals iedereen buigen eronder door

En toch kijkend naar de maan

Is het noch verlangen, noch zijn het gedachten die in me opkomen

Leven wil ik in het korte eindige

Genieten is waar we naar verlangen

En toch is het verlangen net hetgeen dat vermoordt

Noch het duister, noch het morgen helpt ons

Want het is ons hoofd dat het leven tegenhoudt

Geen weg zouden we mogen uitstippelen

En steeds weer met het maanlicht in m'n ogen

Sprankelen mijn tranen donker