EEN GOD
Het is God die zich moet opofferen
Als een koningin op een schaakbord
Geen zekerheid of hij gaat winnen is hij het die zich moet overgeven
Want ook hij is maar een stuk op het eindige bord
En het is ook hij van de velen die beperkt is
Het is de hand die naar hem grijpt
Geen denken mag hij doen
Het onderdanige luisteren afwezig in zijn hoofd
Is hij het toch die luisteren moet
Hij verdient het om van het bord genomen te worden
Afgestaan voor het grotere doel
Maar zeker wij als pion mogen hem niet minachten
Want ook wij zijn het die van het bord vallen
Is het ten onder gaan met een aanbedene een gift of een vloek
Is het zijn eindige bestaan dat ook onze vernieling betekent
Het is Hij die zich zal opofferen
Geen twijfel bestaat erover
Zijn zelfgeschreven lot omarmend
De vraag ontwijkende of wij het zijn
Is Hij het die zich bedekt, verstopt en dood
Het hogere doel vermijdend of het menselijke verwijtend
Het is noch God noch wij die het weten
Luisteren zullen we naar de hand
Met ingehouden adem is het afwachten dat ons toelacht
Om met een zucht te verliezen of juist met een glimlach te overwinnen
Op naar de volgende
