DE WAARHEID
HET ZOETE BEEST
Het is het beest dat 's nachts in ons hart ontwaakt
Net de gesloten ogen des mensheid ontkomend
Het zijn de kruipende gedachten die de waarheid trachten te onthullen
Langs muren en over daken als een misvormde sluipend door onze dromen
Het is het elke nacht weder herrijzend wezen
Met geluk als staken verwachtend steeds weer te overleven zijn wij het die vechten
Degene die ze kunnen bevechten
Maar ook wij en vooral voor ons spreek ik
Het is te weinig
Verstop en ren en vlucht en verlang nooit naar vrede
Anders verdwijnt ze nooit meer
Als een litteken zichtbaar, maar als de pijn van het zicht onttrokken
Is het van ons dat wordt gehouden
Is het onder de sterren dat de wakkere steeds weer vechten moet
Slaap maar geen vat krijgende en steeds harder wordende
Nee, het is zij die liefde niet verdient noch aandacht
Staak u zoektocht en laat uw verlangens als wapens vallen
Want het is zij die wandelt als heerser over de wereld
Geen tanden ontblotend vreet ze ons op
Geen bestaan ontkomend is zij het die wel degelijk vrij is
Terwijl wij het zijn die huilen maar het niet tonen
Het zijn wij die vechten maar het niet aangeven
Het zijn wij die God kennen maar hem niet delen
Want het zijn alleen wij die de waarheid weten
En toch is het alleen de mens die als koning Tantalus grijpt naar haar
Want alleen maar 's nachts ontwaakt God met ongenoegen kijkend
En het is alleen maar 's nachts dat God weer sterft dwalend rond haar
