DE DRANG
Hij trilt door m'n zwakke lijf
Hij davert door m'n holle beenderen
En hij echoot door de leegheid van m'n hoofd
De behoefte
De begeerte
Ze hebben me al lang overgenomen
Het constante verlangen naar voldoening
Het willen veranderen
Het willen doen
Het nooit eindigend gevoel van onvolmaaktheid
Het is een eeuwige strijd
Zonder einde
Zonder bevrediging
Zonder enige winnaars
Het is blindelings lopen
Hopend om de juiste kant uit te gaan
De wind door mijn haren gelovend
De wereld tussen mijn oren belovend
Ik ben geboren met niets
In een heelal dat ook zonder mij zou draaien
Zonder mijn lege handen
Zonder mijn waardeloze verlangens
Zonder mijn verwaaiende woorden gevuld met liefde
Misschien hoor ik dan ook met niets te verdwijnen
Zonder een vraag te stellen over het leven
Want nooit zal er een uitleg komen over mijn nut
En nooit zal er een antwoord volgen over mijn zin
Niets bestaat voor altijd
Geen enkele gedachte overleeft de complete dood
Geen enkele waarheid zal herrijzen uit m'n as
En toch zal geen enkel verlangen ooit volledig verdwijnen
In het grootse gebeuren van alles
Waar zelfs geen eeuwig Noorden bestaat
Is chaos ontstaan uit het oneindige verlangen het enige onveranderlijke
